Wraakoefening

Tim

Weet u nog wanneer u voor het laatst een viaduct bestelde? Of een fietstunnel liet aanleggen in uw tuin? Het zal gerust een tijdje terug zijn. Consumenten zoals u en ik doen gewoonlijk niet veel zelf als het gaat om infrastructuur. Dat is meer iets voor de overheid. We laten hooguit een serre aanbouwen of, als het financieel gezien een beetje meezit, een fijn huis op een mooi lapje grond plaatsen.

Bouwbedrijven houden zich met allebei bezig. Ze leggen onze wegen, dijken en viaducten aan en bouwen huizen, winkelcentra en voetbalstadions. Dat is verstandig, want als het crisis is koopt niemand huizen en dan moet je het als bouwer van de viaducten hebben om te overleven. Prima strategie, zo lang de overheid meedoet.

Soms doet de overheid mee. Linkse kabinetten geven graag geld uit in crisistijd, want dat stimuleert de economie. Dan bouwen we een paar stations en leggen er een ondergrondse spoorlijn tussen, zodat we ongezien van het ene naar het andere station kunnen kachelen. Rechtse kabinetten houden daar niet van. Die vinden dat het kasboekje gezond moet zijn, omdat dat nou eenmaal belangrijk is. Lees meer

De nieuwe huizenzeepbel

(Bron FTM)

Het is volgens Ewald Engelen om knettergek van te worden: de oorzaak van de crisis – het verpakken van hypotheken – wordt door de Europese Commissie als oplossing van de crisis gepresenteerd.

Brussel heeft een nieuw acroniem gebaard. CMU heet het kreng, of Capital Markets Union – kapitaalmarkt­unie. De zoveelste ‘unie’ van de technocratische tekentafel, na monetaire unie, politieke unie, economische unie, innovatieunie, bankenunie en begrotingsunie.

Geen ‘unie’ illustreert beter hoe Brussel denkt en werkt dan de kapitaalmarktunie. Ga maar na. Toen in de loop van 2007 de Amerikaanse huizenmarkt instortte, dacht iedereen in Europa dat dit een lokale aangelegenheid was. Wie koopt er nou verpakte rommelhypotheken? Alleen Amerikaanse cowboybanken toch? Mis. De grootste financiers van de Amerikaanse huizenzeepbel waren instellingen als Deutsche Bank, Crédit Suisse en ABN Amro. En toen op 15 september 2008 het interbancaire leenverkeer op z’n gat ging, moesten niet alleen Britse en Amerikaanse banken aan het staats­infuus maar ook Europese.

De zeehondjes van de economie

Schaduwbankieren ging het in het post mortem van de crisis heten. En in 2010 mandateerde de G20 de Financial Stability Board (FSB) om het schaduw­bancaire stelsel – het ecosysteem van juridische entiteiten en brievenbusmaatschappijen dat de grootbanken in de jaren voor de crisis hadden geconstrueerd om toezicht te ontduiken, balansen op te pompen en morsige hypotheken te transformeren tot goudgerande obligaties – in kaart te brengen, door te lichten, te beveiligen.

In 2012 kwam de Europese Commissie met een eigen vervolg in de vorm van eengroenboek Schaduwbankieren. Een slappere tekst was nauwelijks denkbaar. Het vatte de rapporten van de FSB keurig samen, veegde reeds genomen maatregelen op een hoop om te suggereren dat er al veel was verbeterd en somde een aantal terreinen op waar meer toezicht nodig was: vermogensbeheer, bankentoezicht, de repomarkt, het verpakken van leningen (‘securitisatie’) en ‘bijzondere financiële instellingen’, lees: brievenbusmaatschappijen.

Het valt qua slapte in het niet bij het groenboek over de kapitaalmarkt­unie dat de commissie op 18 februari het licht deed zien. Een wordcloud van het document laat woorden als ‘investeringen’, ‘financiering’, ‘toegang’, ‘groei’, ‘werkgelegenheid’, ‘ontwikkeling’, ‘infrastructuur’ en, vooral, ‘MKB’ groot oplichten. De zeehondjes van de economie worden maar liefst 49 keer genoemd.

Lees meer