Policor vs islamofoben

084a052dcb5ae44317c7e82c548281e6

Policor-mensen handelen vanuit een superioriteitsgevoel: mij kan niets overkomen, mijn positie is zo sterk, mijn systeem is zo sterk, mijn democratie is zo sterk.
Islamofoben daarentegen, handelen vanuit een minderwaardigheidsgevoel: ik zie dat het fout gaat, er gebeuren dingen die mijn vrijheid/veiligheid bedreigen, ik ben bang dat mijn systeem het niet haalt. Ik bijt van mij af.
Ik vraag mij af wat het beste is om als land te doen. Ook al begrijp ik dat je je zorgen maakt, ook al zie ik dat er foute dingen gebeuren (met name op het emancipatiefront) neig ik naar het eerste.
Daarbij zouden wij ook terroristische daden moeten negeren. Mediastilte, enkel een paar regeltjes op pag.3. Geen aandacht aan geven. “We zijn sterk, onze democratie is sterk, jullie doen maar.”
Want laten wel wezen: wát kan er echt gebeuren? Ze kunnen vreselijke dingen uithalen, maar een heel Westers land overnemen? De vrijheden en democratie die we hier hebben omverwerpen? Dat gebeurt toch nooit?
Hun tactiek is verwarring en angst zaaien om een burgeroorlog te ontketenen.
Het zijn terroristische aanslagen maar geen terreur. Terreur is als je regering zijn eigen bevolking stelselmatig onderdrukt en zijn eigen subversieve elementen vermoordt. Hier is geen sprake van. Wij zijn sterker. Wij moeten sterk blijven. En sterk overkomen.
Geen BRAND! roepen. Het land staat niet in brand. Het zijn fikkies. Die blust de brandweer dan en over tot de orde van de dag. Over 100 jaar staan we er nog. Met onze gebrekkige democratie en al.

Luisteren mannen naar vrouwen?

084a052dcb5ae44317c7e82c548281e6

 

Mijn hele volwassen leven heb ik moeten constateren dat mannen niet naar vrouwen luisteren. Letterlijk, dan. Luisteren in de zin van horen. Want binnen een relatie merk ik dat mannen wel naar hún vrouw luisteren: een beetje man neemt meestal serieus wat ze zegt, wijs gemaakt door jaren van tegenovergestelde, contraproductieve, strategie. Daarom leven getrouwde mannen ook langer dan ongetrouwde (en getrouwde vrouwen juist korter dan ongetrouwde, maar dit terzijde).

In conversaties, bijvoorbeeld op een feestje, in een groep discussiërende mannen sta je als vrouw voor spek en bonen. Je opmerkingen worden genegeerd. Als een man 10 minuten later hetzelfde zegt is het OOOH en HAAA wat de klok slaat. “MAAR IK ZEI DAT NET!” is een zin die ik in machteloze woede honderden keren in mijn leven, al dan niet, heb geuit.

Een voorbeeld uit de praktijk: met 20 jaar verzon ik de ‘Biechtlijn’. In die internetloze tijd had je telefonische seksdiensten genaamd 06-nummers. Nu zijn 06-nummers gewone mobiele nummers geworden, toen nummers die je draaide als je klaar wilde komen onder vocale begeleiding van een vrouw, waarvan je je verbeeld dat ze wulps was, in werkelijkheid een doodgewone veertiger in haar huiselijke kloffie. De day-job van wijlen vriendin Fifi l’Amour, zangeres van beroep. Ze had hilarische sketches, waar ik ergens nog tapes van heb, waar ze de kreunende man toesprak als zijnde Eva Brrrrraun die hem van katoen gaf. Als telg van een atheïstische familie bedacht ik toch dat nu de kerk wegkwijnde men niet meer naar de pastoor of dominee kon gaan voor geestelijke hulp. Men zou dan zitten met zijn sores en problemen, en nog erger: met zijn niet toegegeven en nog minder vergeven fouten. De ‘Biechtlijn’ moest er komen. Waar je van een pastoor absolutie kreeg. Of van een psycholoog uitleg hoe jezelf nog te verdragen. Ik reserveerde desbetreffende 06-nummer bij de Opta en ging op zoek. Een psycholoog vond ik meteen, een pastoor niet, waardoor dit fantastisch idee van me op de plank bleef liggen tot de sociale media het 30 jaar later overbodig maakten. Op een feestje in de vroege jaren 90 vertelde ik dit idee aan echtgenoot nr.2, een goeierd van de bovenste plank, en een paar vrienden van ons, die het, natuurlijk, briljant vonden. Wie schetste mijn verbazing tot echtgenoot nr.2 een maand later verontwaardigd melde dat één van de toen aanwezige vrienden beweerde dat híj het idee voor de biechtlijn had gehad, terwijl het toch zonneklaar was dat het zíjn idee was. Iedereen was compleet kwijt dat het toch echt de mijne was.
Dit werd een vast patroon in mijn leven. Meer lezen

Non, vous n’êtes pas Charlie

084a052dcb5ae44317c7e82c548281e6

Non, vous n’êtes pas Charlie, mais alors, PAS DU TOUT. Geen enkel volk is minder Charlie dan jullie Nederlanders.

Toen Theo van Gogh werd vermoord was er niemand te vinden die geen ‘maar’ achter zijn steunbetuiging plakte. “Ja het is verschrikkelijk dat hij vermoord is, MAAR hij heeft het over zich afgeroepen”, “Ik vind het erg dat hij dood is, MAAR hij ging wel ver”, “Die gast had hem niet moeten doodschieten, MAAR Theo hield ervan om te provoceren.

Elke ‘maar’ sneed door mijn ziel. Elke ‘maar’ beet een stuk jeugdige onbevangenheid die ik toen nog had af. Elke ‘maar’ deed me beseffen: ik ben in het verkeerde land komen wonen en nu is het 20 jaar te laat.

Ik ben Française. Opgegroeid in die heerlijke cultuur van polemiek en satire, puber geworden met Charlie Hebdo c.s.. Er waren nog meer cartoonisten, andere groepen en onafhankelijken, die ook alles en iedereen op de hak namen, zoals Reizer en tal van anderen van wie de naam mij nu ontschiet. Van hen leerde ik, zo klein als ik was, kritisch naar de machthebbers te kijken, wie ze ook waren, naar religies en alles wat eigenlijk ontzettend raar is maar waar veel mensen niet bij stilstaan, en dáár de spot mee drijven. Ik wist niet beter dat dat moest, dat anders de verkeerde krachten macht zouden krijgen. Ik wist niet beter dan dat je waakzaam moest blijven voor dingen die in ons leven slopen en gevaarlijk konden worden. Ik wist niet beter dat de beste manier om dat te voorkomen was om daar keiharde grappen over te maken. Ik had zo vaak cartoons gelezen die mij de ogen openden. Onze hele maatschappij was doordrenkt van die satirische, scherp humoristische toon. Hun boekjes waren overal te koop, voor een prikkie, in de supermarkt, de tankstations, overal. Heel anders dan hier waar boekjes met cartoons enkel bij de elitaire Lambiek te koop waren. Dit is mijn achtergrond.

En toen kwam ik naar Nederland en bleef ik hangen. Ik was geland in de kring van de voormalige Provo’s, Insektensekters en Kabouters. Ik ging ervan uit dat hun manier van denken kón in Nederland. Ik dacht haast dat ZIJ Nederland wáren.

Oh boy, hoe vielen mij de schellen van de ogen. Toen internet kwam in de jaren ’90 ontdekte ik de Nederlandse massa. Ik leerde al gauw dat jullie grootste ideologie die van ‘don’t disturb the peace’ was. Iedereen die maar een beetje schreeuwde werd de mond gesnoerd. De goegemeente ruled. Onintelligente mensen maakten de dienst uit. Als ze maar saai genoeg waren, want hé, het moest wel rustig blijven.

Meer lezen