Hongaren laten zich niet onderdrukken; Hans Moll en Laszlo Maracz

De universele boodschap van de Hongaarse opstand uit 1956 was, dat de communistische macht in 24 uur implodeerde en werd overgenomen door een democratische samenleving. Overal ontstonden democratische zelf-besturen als reactie op het totalitair communistische bewind.

 

Onze gesprekken worden opgenomen in de collectie van het Instituut voor Beeld en Geluid. Ze zijn relevant en blijven geldig voor de toekomst. Help deze toekomst met een donatie of adopteer voor 100,00 euro een aflevering en kom met je naam in de leader: NL23 TRIO 0390 4379 13

Een gesprek van Hans Moll met professor Laszlo Maracz over de achtergrond van de huidige onrust in Hongarije, en de consequenties daarvan voor Europa.
Over de volksopstand, de destalinisatie en de houding van Rusland.

Over de volksopstand; deze begon door het standbeeld van Stalin van zijn sokkel te trekken. Onder toeziend oog van de communisten mocht wel het met een vrachtwagen en kettingen omver getrokken. Echter de opmars naar het radiogebouw dat daarop volgde was voor de communisten een stap te ver. De opstand keerde zich vanaf dat moment niet alleen tegen het Stalinisme, maar nu ook tegen de communistische partij. Vanaf dat moment ontstond er een nieuwe fase. Vanuit het radiostation werden de opstandelingen beschoten waarna deze oprukten naar de kazernes om zich te bewapenen. Het leger sympathiseerde grotendeels met de opstandelingen. Het leger kwam volgens Maracz voort uit het volk in tegenstelling tot de geheime dienst en de politie dat door de zitten de politieke macht was opgebouwd. De eerste dagen van de opstand hadden de russen geen antwoord op de stadsguerilla van de arbeiders, scholieren en studenten.