Regenboogteam-tegen-mondkapjesplicht

Regenboogteam roept kabinet op mondkapjesplicht in te trekken

Het Regenboogteam, een groep van 25 artsen, wetenschappers, psychologen en juristen, die “meedenkt” met het coronabeleid, roept in een brief van 2 november 2020 het kabinet op om de ministeriële regeling verplichte mondkapjes in te trekken. Het kabinet wil per 1 december de huidige adviezen voor het dragen van mondkapjes in de wet vastleggen.

Het Regenboogteam stelt grote vraagtekens bij de noodzaak, proportionaliteit en effectiviteit van de in de Regeling voorgestelde mondkapjesplicht. In de brief voeren zij onder mee de volgende argumenten aan:

  • Geen steun huidige stand van de wetenschap voor niet-medische mondkapjes.
  • Het Outbreak Management Team (OMT) heeft een advies gegeven dat indruist tegen de mondkapjesverplichting.
  • In de regeling is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er vanuit gezondheidsperspectief reden is voor het invoeren van een mondkapjesplicht. De mondkapjesplicht is omwille van politieke overwegingen (namelijk: een einde maken aan de maatschappelijke discussie) genomen, niet om gezondheidsredenen.
  • Er  bestaat geen relatie tussen mondkapjesplicht en toenemend aantal besmettingen:.
  • Volgens het RIVM en andere medisch-wetenschappelijke bronnen is het bewezen effect van niet-medische mondkapjes klein. Jaap van Dissel benadrukte zelfs, op basis van een Noors onderzoek, dat minimaal 200.000 personen zeven dagen lang een mondkapje moeten dragen om misschien één besmetting te voorkomen. De Association of American Physicians and Surgeons stelt vast dat niet-medische mondkapjes geen bescherming bieden tegen het coronavirus en waarschuwt zelfs voor de negatieve gevolgen van het dragen van een mondkapje. Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken blijkt voorts dat het wetenschappelijke bewijs dat mondkapjes werken simpelweg ontbreekt
  • De Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft toegegeven dat het wereldwijde advies om mondkapjes te dragen niet is voortgekomen uit medisch-wetenschappelijke evidentie, maar als gevolg van een politieke lobby.
  • Uit recent onderzoek van het Amerikaanse CDC blijkt dat 85 procent van de mensen die geïnfecteerd is geraakt met het coronavirus altijd (70 procent) of vaak (15 procent) een mondkapje draagt. Het dragen van een mondkapje verkleint de kans op infectie dus niet.
  • Het invoeren van een mondkapjesverplichting in andere landen of gebieden heeft niet geleid tot een daling van het aantal infecties, en in een aantal gevallen zelfs tot een stijging van het aantal coronagevallen. Er lijkt dus geen correlatie, laat staan een causaliteit, te bestaan tussen het invoeren van een mondkapjesplicht en het terugdringen van het aantal corona-infecties.
  • Onderzoeken waaruit enig effect van mondkapjes blijkt, zijn vaak discutabel, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een zwakke methodologische basis of omdat het onderzoek feitelijk het tegenovergestelde bewijst als wordt beweerd.
  • Zelfs als er wordt uitgegaan van een klein, gering positief effect van het dragen van niet-medische mondkapjes, dient dit effect altijd afgewogen te worden tegen de negatieve neveneffecten van mondkapjes. “Alle kleine beetjes helpen” is in dat kader een drog- en doelredenering, aangezien in de besluitvorming alle relevante aspecten moeten worden meegewogen, zoals negatieve psychosociale en medische effecten van het dragen van mondkapjes.
  • Ten aanzien van de evenredigheid moet worden vastgesteld dat het verplicht dragen van een mondkapje inbreuk maakt op de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, namelijk het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op de onaantastbaarheid van het eigen lichaam. In de Regeling stelt de Minister dat mondkapjes bijdragen aan de bescherming van een ander Grondrecht, te weten artikel 22: de bescherming van de volksgezondheid. Echter, een vereiste voor dit criterium is dat aannemelijk is gemaakt op welke wijze de mondkapjesplicht bijdraagt aan de bescherming van de volksgezondheid. Dat is niet gebeurd. Daarmee is de inbreuk op de Grondwetsartikel 10 en 11 disproportioneel, onrechtmatig, niet evenredig en niet onderbouwd met medisch-wetenschappelijk bewijs.
  • Een mondkapjesplicht voldoet bovendien niet aan het vereiste van subsidiariteit. Deze verplichting geldt als een bijzonder ingrijpend middel, waarbij niet is aangetoond dat de plicht medisch-wetenschappelijk effectief is of bijdraagt aan het beoogde doel, mogelijk werkt de verplichting zelfs contraproductief. Hiermee is de Regeling onrechtmatig en niet legitiem.
  • Het argument ‘baat het niet, dan schaadt het niet’ is een omkering van alle rechtsprincipes. Aangezien medisch-wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de mondkapjesplicht niet effectief is, is het vanuit juridisch oogpunt niet alleen hoogst ongebruikelijk, maar ook zeer onwenselijk om tot een verplichting over te gaan.  
  • Omdat er, als gevolg van een mondkapjesplicht, veel medische, psychosociale, sociaal-emotionele en mentale negatieve effecten te verwachten zijn, is het aannemelijk dat de Regeling uiteindelijk meer gezondheidsschade aanricht, dan dat de Regeling een positieve werking heeft op het verloop van de corona-infecties.
  • In het coronabeleid is onvoldoende aandacht voor de negatieve gevolgen die coronamaatregelen hebben voor grote groepen Nederlanders. De discussie over proportionaliteit ontbreekt in het consultatievoorstel. Het invoeren van een mondkapjesplicht heeft verstrekkende gevolgen voor mensen, omdat zij hun vrijheid wordt beperkt bij alle activiteiten in een publieke binnenruimte. Een vrijheidsbeperking met een dergelijke impact moet niet alleen door eenduidig medisch-wetenschappelijk onderbouwd zijn, maar ook voldoen aan het vereiste van proportionaliteit. Tevens dient de inbreuk op de vrijheid van mensen in het algemeen belang zijn. Daarvan is, vanwege het ontbreken van medisch-wetenschappelijke onderbouwing, in deze Regeling geen sprake.

Voor de volledige tekst van de brief van het Regenboog-team zie dit artikel op de website Ademvrij.NU van het onlangs opgerichte Nationaal Comité tegen Verplichte Mondkapjes.

Karel Beckman

Karel Beckman

Karel Beckman is freelance journalist en auteur van een van de weinige oorspronkelijk Nederlandstalige libertarische boeken: De Staat Voorbij (Aspekt, 2017). Hij is tevens mede-auteur, met Frank Karsten, van De Democratie Voorbij (2011). Zijn nieuwste, nog niet uitgegeven boek is het Engelstalige Freedom of Government – The New Human Right, te vinden op zijn website www.thefriendlysociety.nl. Hij is ook initiatiefnemer van AdemVrij - het Nationaal Comité tegen Verplichte Mondkapjes - www.ademvrij.nu