‘Windmolens zijn over twintig jaar duur afval’

1. Energie-efficiency neemt exponentieel toe en R&D op dit vlak moeten ruim baan krijgen
Technologie op energiegebied ontwikkelt zich razendsnel. De huidige pv-zonnecellen worden binnenkort vervangen door een veel efficiëntere generatie pv’s, en dunnefilm-zonnecellen zullen zorgen voor een enorme daling van de kostprijs en voor allerhande nieuwe toepassingen omdat de zonnecellen dan als folie op ramen en andere oppervlakken geplakt kunnen worden, of geïntegreerd zullen zijn in verf.

Oude koelkasten zijn energievreters. De nieuwste modellen kosten volgens producenten aan energie evenveel als een halve spaarlamp per jaar. Volgens Shell kunnen auto’s binnen enkele jaren 1 op 60 rijden. Een Japanse uitvinder maakte een minifabriekje waarmee je uit 1 kilo plastic afval 1 liter benzine kan maken. Huizen worden steeds beter geïsoleerd, en smart energy grids helpen bij het naar beneden brengen van onze energieconsumptie.

Ieder huishouden kan in principe uit menselijke uitwerpselen en afval van groenten en fruit biogas maken. Koeienbedrijf CRV becijfert dat poep en winden van alle vaderlandse koeien samen genoeg biogas kunnen produceren om alle huishoudens op te laten draaien.

Aan het ombouwen van woningen ten behoeve van energie-efficiency kan de bouw weer goed verdienen. In Zuid-Korea zien we al dat de energiezuinigste huishoudens nog maar 40 eurocent per maand aan energie betalen. Door de komst van deelauto’s neemt het aantal auto’s met 30-50 procent af, helemaal nu onder jongeren de eigen auto aan status verliest.

Door steden compacter her in te richten (optoppen en bouwen op het tweede maaiveld) kan de energievoorziening nog efficiënter worden. Sloop van lelijke, energieslurpende gebouwen en die vervangen door mooie energiezuinige gebouwen is ook een optie.

2. Nog ongebruikte energiebronnen worden aangeboord en verder ontwikkeld
Ondergronds zit veel energie: warmte en hitte kunnen via geothermische energiemethoden worden geëxploiteerd. Google ontwikkelde een drone met vliegers eraan die op 12 kilometer hoogte vliegt en daar (met gebruikmaking van de constante straalwind) veel energie genereert, buiten het zicht van de burgers. Of dat uiteindelijk rendeert moeten we zien, maar alleen al het andere denkkader waar dit idee uit voortkomt, is inspirerend. Waarom geen prijsvraag uitschrijven voor onorthodoxe windmolenontwerpen waar de mensen wel blij van worden en die wel renderend zijn?

Ook getijdenenergie wordt steeds interessanter. Google komt nu met glazen bollen op daken, die ieder straaltje licht opvangen, omzetten in zonne-energie en opslaan in batterijen op basis van nanotechnologie. Ondergronds zitten in Limburg en de Achterhoek nog enorme kolenvoorraden. Er komen hippe nieuwe kolencentrales aan die geen van de nadelen van de huidige hebben. En er komt technologie om kolen ondergronds te vergassen. Dat levert zo af en toe een aardbevinkje op, maar aardbevingsbestendig bouwen zag ik al in Californië en Taiwan; dat levert de bouw ook weer werk op.

3. Er is nog olie en gas genoeg en thoriumcentrales bieden perspectief
De exploiteerbare voorraden olie en gas blijken groter dan voorzien. De aarde is royaler voor ons mensenkinderen dan de Groene Kerk beweert.

Deze krant schreef al eerder over de thoriumrevolutie. Door thorium als alternatief voor uranium in te zetten kan je op termijn nieuwe kerncentrales bouwen die de vaderlandse industrie van energie kunnen voorzien. Er is genoeg thorium voor tienduizend jaar en het heeft niet de nadelen van uranium. Thorium zit niet in enge landen maar in democratieën als India, én in het zwarte strandzand van Ameland. Investeren in thoriumkennis wordt belangrijk.

Schalieolie en schaliegas kunnen straks slimmer worden geëxploiteerd, zonder schade voor zoetwatervoorziening, vermoedelijk niet in Nederland maar wel elders in Europa. Onderzoek blijft dan ook relevant.

We moeten toe naar schonere energie – daar zijn we het met elkaar wel over eens – maar we moeten ook de kosten niet uit het oog verliezen. En er is verschil tussen investeren en subsidiëren. We moeten geen onrendabele toepassingen subsidiëren: al die windmolens zijn de komende jaren overbodig en doen over twintig jaar niets meer, dan zijn ze duur afval geworden. De Nationale Windmolensloopdag is dan een nieuwe feestdag geworden. Wel moeten we investeren in R&D naar zonne-energie en lange termijn (thorium)onderzoek.

We moeten de toekomst dus niet dichttimmeren met technologie die straks is verouderd. Er zal juist moeten worden ingezet op technologie die pas over enkele jaren voorhanden is, hoe onzeker dat nu ook lijkt. Windmolens bieden een dure schijnzekerheid van schone energie, die ons afhoudt van echte innovatie. Op naar een nieuw energieakkoord dus.